Polyvagaal en PRI therapie

Klachten en problemen leren begrijpen.

Hoe komt het dat bepaalde personen of situaties je altijd triggeren? Waar komen heftige emotionele reacties vandaan? En hoe komt het dat je angstig, onveilig, somber, gespannen of heel boos gaat voelen. 

In mijn werk staat een combinatie van de Polyvagaal theorie van Stephen Porges en Past Reality Integration (PRI) centraal.  Klachten en problemen zijn een uiting van aangeleerde overleefresponsen die ooit nodig waren, maar je nu niet meer helpen. Sterker nog ze maken het leven ingewikkelder dan nodig.

De Polyvagaal theorie van Dr. Stephen Porges gaat over de werking van ons autonome zenuwstelsel.  Het zenuwstelsel heeft zijn vorm heeft gekregen door vroege ervaringen. Hierdoor reageert het vaak op een manier die niet helpend is in het nu. Deze overleefreacties kunnen onderbroken worden zodat er nieuwe patronen gevormd kunnen worden.

Met deze methode leert je om vriendschap te sluiten met je zenuwstelsel. Door de reacties van je lichaam te verkennen en serieus te nemen en niet te veroordelen. Je leert vervolgens om veranderingen aanbrengen in het automatische programma. Dan gaat er vanuit het lichaam nieuwe informatie en energie naar de hersenen. En ontstaat er een nieuw verhaal.  Jouw eigen verhaal, een verhaal van mogelijkheden, ontspanning en welzijn.

Uit mijn praktijk. Hij leek heel rustig, iemand de meebeweegt met de stroom. Maar soms voelde hij zich ineens heel somber en kwamen er gedachten als wat doe ik hier nog. Hij had dan nauwelijks contact met zijn lichaam en voelde zich leeg. Op die momenten trok hij zich terug en ging hij eindeloos filmpjes op Youtube kijken, dat leidde even af. Hij ontdekte dat hij vooral getriggerd werd als hij het idee had dat mensen niet op hem zaten te wachten. Op die momenten nam het dorsale deel van het zenuwstelsel het over. Met kleine oefeningen leerde hij eerst contact te maken met het ventrale deel van zijn zenuwstelsel. Dat voelde lichter, heel anders. Oh zo kan het leven ook voelen, dat gaf moed en vertrouwen. Hij leerde de triggers te herkennen en leerde hoe hij het zenuwstelsel met kleine stappen kon reguleren. Bepaalde vormen van muziek en ademhaling bleken belangrijke hulpbronnen. Hij zegt als ik nu soms nog wordt overvallen somberte, dan weet ik de weg terug. Steeds makkelijker. Dat geeft vertrouwen.

Hoe functioneert het autonome zenuwstelsel?

De drie delen van ons autonone zenuwstelsel

Ons autonome zenuwstelsel bestaat uit drie delen. In het ventraal vagale deel voelen we ons veilig voelen, dingen gaan vanzelf. We zijn in verbinding met onszelf en de mensen om ons heen.

Daarnaast zijn er twee delen van het zenuwstelsel waarmee we overleven.

Het sympatische deel zorgt voor automatische vecht- en vluchtresponsen. Boosheid, angst en stressreacties horen bij dit systeem. Als dit aanstaat is het moeilijk tot rust te brengen.

Het dorsaal vagale deel is actief als je het gevoel hebt dat niks meer lukt. Gevoelens als matheid, somberte, machteloosheid en uitzichtloosheid horen bij deze staat.

Het autonome zenuwstelsel staat voortdurend aan en is op zoek naar signalen van gevaar en signalen van veiligheid, we noemen dat neuroceptie. Neuroceptie bepaalt, zonder dat we ons dat bewust zijn, in welk deel van ons zenuwstelsel we terecht komen. Ons brein creëert een bij deze staat passend verhaal. Vanuit het sympatische en dorsale deel is dat een verhaal van gevaar. Vervolgens gaan we ons hiernaar gedragen, zodat we ons blijven voelen zoals we ons voelen, er komt een vicieuze cirkel op gang. Zo werkt het bij ons allemaal, het is de biologie van ons zenuwstelsel.

In het ventrale deel van het zenuwstelsel is er echter een heel ander verhaal, een verhaal van mogelijkheden, groei, verbinding en ontwikkeling.

Met behulp van de Polyvagaal methode en Past Reality Integration leer ik je vrienden worden met je zenuwstelsel. Ontdekken hoe jouw programma in elkaar zit en vooral hoe je meer tijd in het ventrale deel kunt doorbrengen.

Uit mijn praktijk. Mijn cliënte, consultant in het bedrijfsleven, komt onrustig en geïrriteerd binnen. Ze vertelt dat ze aan later een belangrijke presentatie moet geven. Ik vraag haar waar ze zo tegenop ziet? Het blijkt een haar bekend ‘verhaal’ te zijn. Het verhaal van gevaar gaat over de angst om veroordeeld te worden. ‘Zullen we het verhaal even laten voor wat het is, stel ik haar voor. Wat zou je nu fijn vinden?’ ‘Ik kan bijna niet stilzitten en wil bewegen’, zegt ze. We gaan naar buiten, ik kan haar bijna niet bijhouden. Op de nabij gelegen begraafplaats doen we een paar oefeningen om het zenuwstelsel te kalmeren. Ze wordt rustiger en voelt het contact met haar lichaam. Kijk nu eens opnieuw naar de presentatie van vanmiddag. Nu voelt dat heel anders, zegt ze. Ik denk nu, dat klusje ga ik wel klaren.

  • Herkennen hoe jouw zenuwstelsel in elkaar zit. Wat zijn de autonome responspatronen van het zenuwstelsel. 
  • Lichaamssignalen serieus te nemen zonder oordeel en te onderzoeken wat je nodig hebt.
  • Middels praktische oefeningen leer je het ventrale deel van je zenuwstelsel te versterken, dit wordt je nieuwe thuisbasis. Van daaruit leer je herkennen wanneer je zenuwstelsel automatisch in de overleefstand gaat.
  • Leren defensieve reacties van het sympathische en/of dorsale deel te reguleren op een manier die bij jou past. Dit is maatwerk, voor iedereen is dat anders.
  • Ingesleten patronen kunnen zo vervangen worden door constructieve patronen, de zelfregulatie wordt vergroot.
  • Je komt aan het roer te staan van je eigen zenuwstelsel en je leert steeds makkelijker terug te keren naar een staat van rust, vertrouwen en verbinding.